Posts tonen met het label groep 3 (2013-2014). Alle posts tonen
Posts tonen met het label groep 3 (2013-2014). Alle posts tonen

dinsdag 20 september 2011

Wat vind jij, Emma Weetal? - Elizabeth Honey


Bean verhuist tegen haar zin naar Sydney. Haar ouders hebben het erg druk en Bean zit de hele dag in haar eentje in het dure appartement met muren van glas. Ze kan heel Sydney zien, maar zelf de stad in gaan: ho maar! Bean zit opgesloten. En ze wordt niet eens bewaakt door een hond! Maar dan ontdekt ze een complot. Iemand gaat haar ontvoeren!





Denk ook eens na over de volgende vragen :
  • Waar komt de titel van het boek vandaan?
  • ‘Ik weet niet wie het was, maar één ding weet ik wel, zei Bean. Ik ben op zoek naar een boek, een groot “Er was eens”-boek met plaatje, en als ik dat gevonden heb, dan weet ik hoe het zit met meneer Mistlamp.’ (p.91)
    • Over welk boek gaat het?
    • Waar vindt Bean het boek uiteindelijk terug?
    • Wat is er bijzonder aan dit boek?
  • Het verhaal bevat zaken die echt kunnen gebeuren, maar veel dingen zijn pure fantasie. Kan jij een aantal voorbeelden geven?

Springdag - Anne Provoost


Een meisje springt en wordt geboren. Ze heeft een koffer bij waarin een vrouw zit. De vrouw heeft zelf ook een koffer bij, waarin de man zit van wie ze houdt. En ook de man heeft een koffer bij. Daarin zit oma Kej, die binnenkort zelf een springdag zal hebben.






Denk ook eens na over de volgende vragen :
  • Kan je uitleggen wat een springdag wil zeggen?
  • Wat zat er in jouw koffer?
  • In de tekst staan veel klanknabootsingen (onomatopeeën). Wat heeft de illustrator gedaan om deze klanken te benadrukken?
  • Dit verhaal wordt verteld in de vorm van een prentenboek. Wat vind je ervan dat een “prentenboek” op de lijst van groep 3 staat?

Munkel Trog - Janet Foxley


Munkel komt uit een familie van reuzen. Helaas is hij zelf niet zo’n goed gelukte reus: hij is wel heel erg klein uitgevallen. Eigenlijk lijkt hij nog het meest op een Kriel (zo noemen de reuzen mensen). Munkel is best eenzaam, en door zijn kleine gestalte dreigt hij te zakken voor zijn examens. Maar Munkel laat het er niet bij zitten.





Denk ook eens na over de volgende vragen :
  • Wat dacht je bij het lezen van de titel? Had je verwacht dat het over reuzen zou gaan?
  • Munkel is het zwarte schaap van de familie Trog. Wat betekent dat?
  • Janet Foxley gebruikt een “reuzentaal”. Schrijf enkele voorbeelden hiervan.
  • Welke passages uit het boek vond je de beste?
  • Wat dacht of voelde je bij het zien van de tekeningen?
  • Is de plattegrond op de binnenkant van de kaft nodig om het verhaal te kunnen volgen?

Het hanengevecht - Hans Hagen


Pio doet mee aan een hanengevecht met een haan die hij bij de watervallen heeft gevonden. Hij is bang dat zijn haan het niet zal overleven, maar heeft het geld hard nodig. Met het geld zou hij de taxi terug kunnen kopen die zijn vader bij het gokken kwijt geraakt is. En als zijn vader de taxi terug heeft, kan Pio weer gewoon naar school en moet hij niet meer zelf uit werken. Maar de dingen lopen anders dan gepland…




Denk ook eens na over de volgende vragen :
  • Wist je dar er hanengevechten gehouden worden en wat vind je daarover?
  • Waarom vond de schrijver het belangrijk dit verhaal te vertellen?
  • Wat vond je van de tekeningen? Passen ze bij het verhaal? Helpen ze om de sfeer op te roepen?

Elvis de Draak en de zeven zombies - Stefan Boonen


Elvis moet naar de begrafenis van zijn oudtante Ursula, in het hoge noorden. Maar eens hij in het dorpje van zijn oudtante aangekomen is, blijkt niets te zijn zoals hij dacht. Ursula is niet eens dood! Wel komt Elvis terecht bij een bende zombies die het op elkaars – euh – leven gemunt hebben.





Denk ook eens na over de volgende vragen :
  • Wat vond je van het feit dat Elvis in zijn ééntje naar die begrafenis moest?
  • Wat dacht je bij het lezen van de titel?
  • Dit is het 7de boek over Elvis de draak. Zou je ze allemaal willen lezen? Waarom wel of niet?

Dertien rennende hertjes - Edward van de Vendel


Maantje ziet op een dag plots hertjes uit de bloemenvaas springen. Zijn ze echt? Is ze gek geworden? Zullen ze nog terugkomen? In ieder geval is het één van de mooiste dingen die ze ooit heeft meegemaakt. Dan blijkt haar broer ook dieren te zien. Hij verbiedt haar om er met iemand over te praten.




Denk ook eens na over de volgende vragen :
  • Wat zijn de thema’s van het verhaal?
  • Welk gevoel(ens) had je zelf bij het lezen?
  • Zijn de tekeningen van Mattias De Leeuw belangrijk om het verhaal te begrijpen? Waarom wel of waarom niet?

De reus van de zomerflat - Stefan Boonen


Kalinda is net verhuisd naar de Zomerflat en kan niet slapen. Wanneer ze uit het raam kijkt, gelooft ze haar ogen niet: ze ziet een reus! Buurjongen Albert heeft de reus ook gezien en samen gaan ze op onderzoek. Ondertussen krijgen de inwoners van de Zomerflat slecht nieuws: ze moeten allemaal verhuizen.






Denk ook eens na over de volgende vragen :
  • Wat dacht je toen je voor het eerst de kaft zag?- Wat vond je van Albert Lofloos? Hoe zou je hem omschrijven (tof, slim, nieuwsgierig, saai, ...)
  • ‘De grond kraakte. De oude eik sidderde. Het was nacht (…) Nee, het was het rotsblok zelf dat bewoog. Langzaam schoof het opzij. (…) “Oei, hier ben ik dan”, mompelde een stem die klonk als een ver onweer.’
    • Is dit een goede openingszin?
    • Heb je meteen zin om verder te lezen? Wil je weten wat er gebeurt? Met andere woorden, maakt deze zin je nieuwsgierig naar meer?

De kronieken van Qrom: vuurtoren - Stephan Dierickx


Alles op het eiland Qrom is krom. Dat komt door de harde wind: die zorgt ervoor dat alles ombuigt. In dit boek ontmoet je de excentrieke bewoners van het eiland. Door de kapotte vuurtonen, wonen die al jaren afgezonderd van de rest van de wereld. Maar dan spoelt er een nieuwe vuurtorenlamp aan…




Denk ook eens na over de volgende vragen :
  • Wat vind je het belangrijkste in dit boek? Het verhaal of de illustraties? Kan het één zonder het ander?
  • Heb je zin in een vervolg op dit verhaal?

De grote konijnenreddingsactie - Katie Davies


Anna en haar vriendin Suzanne spelen vaak met hun buurjongen Job. Maar nu is Job bij zijn vader gaan wonen. Zijn konijn heeft hij achtergelaten. Anna en Suzanne vinden het hun taak om op het konijn te passen. Maar dat is makkelijker gezegd dan gedaan, en het konijn wordt ziek. Wat nu?








Denk ook eens na over de volgende vragen :
  • Ziet Job zijn konijn graag? Hoe weet je dat?
  • Vind je de titels van de hoofdstukken goed gekozen?

Camping Zeevos - Hilde Vandermeeren


Op een dag komt de moeder van Will en Harry niet terug naar de caravan waar ze wonen. Ze is een 'op-en-neer-mama': soms is ze zo vrolijk is dat ze denkt dat ze kan vliegen en soms kan ze alleen maar huilen. Will maakt zich grote zorgen. Wat als de mensen ontdekken dat zijn moeder verdwenen is? Hij houdt haar verdwijning geheim, maar hoe lang kan hij dat volhouden?




Denk ook eens na over de volgende vragen :
  • Welke gevoelens voelde je bij het lezen van het boek? Bijvoorbeeld geluk, verdriet, schaamte, woede, bewondering, spanning, angst, verveling, medelijden
  • Heb je mooie of bijzondere woorden gelezen in het verhaal? Wat vond je van de woordenschat?